Wij helpen je graag bij al je vragen over werk, inkomen en lidmaatschap.
Al veertien jaar heb ik ervaring met palliatieve sedaties. De laatste jaren komt dat overigens iets minder frequent voor, vanwege de verdeling van de zorg in mijn regio. Maar zo af en toe, bijvoorbeeld als het ziekenhuis de verwijzer is, of als het een client van ons eigen reguliere wijkteam betreft, begeleiden we wel.
Een aantal jaren geleden legde de richtlijn de nadruk op diepe slaap, maar dat is veranderd in ‘diep genoeg in slaap zijn, om comfortabel te ogen’. Het is soms ingewikkeld om dat uit te leggen aan de naasten rondom het bed. De patiënt kan dus aanspreekbaar zijn en suffig, maar toch comfortabel ogen, en dus niet meer lijden aan pijn of benauwdheid. Vaak echter lijkt iemand pas comfortabel te zijn bij diep slapen.
Naasten hadden het soms anders verwacht, er was hen verteld dat hij of zij zou slapen en niet meer wakker worden. Ik heb zelf de indruk dat het monitoren van die toestand ingewikkelder is dan het opbouwen en continueren van een diepe slaap. De technisch thuiszorgverpleegkundige is immers niet de hele tijd aanwezig.
Vaak vragen de naasten van de patiënt hoe lang het nog gaat duren. Een docent die de training ‘Communiceren in de laatste fase’ gaf, vertelde dat het goed is te reageren met ‘U stelt een heel normale vraag in deze zeer abnormale omstandigheden’. Zo luidt dan ook vaak mijn antwoord. Maar daarna zeg ik ook vaak iets als: ‘Ik kan moeilijk inschatten hoe sterk meneer of mevrouw is, en hoe goed alle organen (nog) werken. Mijn ervaring is wel dat een snelle achteruitgang vaak betekent dat het niet lang meer duurt.’
‘No rush’, zei een oud-collega altijd, toen ik nog verpleegkundige in de wijk was, zo’n zeventien jaar geleden. Als ik een huis binnenstap om palliatieve zorg verlenen, bijvoorbeeld voor het beginnen of begeleiden van een sedatie, dan prent ik me dat ook steeds in: neem de tijd, doe rustig je werk; kijk goed, luister goed. Natuurlijk kan het wel snel, maar het past niet goed in deze zorg. Het is beter voor de client, en ook voor de mantelzorgers.
Wat me nog steeds levendig voor ogen staat, is die keer dat ik vrij geconcentreerd bezig was met een vrije jonge vader. Zijn twee jonge tienerdochters zaten rond het bed. Ze hebben later te kennen gegeven, dat ze het gevoel hadden dat ik geen oog voor hen had. Ze hadden helemaal gelijk. Ik was toen te gefocust op de cliënt zelf.
Een andere keer zat een hele familie rondom het bed. Ik hurkte erbij en dacht, ik zal even goed checken wat ze al weten over wat er gaat gebeuren. Later gaf de familie aan, dat ze me wijsneuzerig en aanmatigend vonden. De huisarts had alles immers al heel keurig uitgelegd. Ze hadden pijnlijk gelijk en ik heb ervan geleerd voorzichtig en bedachtzaam te zijn als ik voorlichting denk te moeten geven.
Ik vind het altijd mooi als naasten dankbaar en tevreden zijn over hoe alles is verlopen. Maar dat is meer bevestiging dan leren. Dankbaar vind ik het om onderdeel te mogen zijn van het goed laten verlopen van het laatste stukje van iemands leven.
Auteur Johannes Gerkema is technische thuiszorg verpleegkundige en blogt voor CGMV over zijn ervaringen in de zorg.