Wij helpen je graag bij al je vragen over werk, inkomen en lidmaatschap.
Aan die oneerlijke situatie kwam een einde toen in 2015 de transitievergoeding in het leven werd geroepen. Een vaste financiële opbouw zorgde ervoor dat je sindsdien beter weet waarop je kunt rekenen.
Verder kreeg iemand die langer in dienst was minder geld dan daarvoor, en iemand die kort in dienst was, juist meer. De gedachte was dat het geld van de vergoeding zou worden gebruikt voor scholing en training, zodat de vertrokken werknemer makkelijker ander werk zou kunnen vinden.
Werkgevers mogen daarom sindsdien onder bepaalde voorwaarden en met toestemming van de werknemer om- en bijscholingskosten verrekenen met de transitievergoeding. In de praktijk kwam daar echter weinig van. Veel werknemers gebruiken de transitievergoeding voor andere doeleinden dan om- of bijscholing.
Infrastructuur
Het nieuwe kabinet wil daar verandering in brengen. Om ervoor te zorgen dat de transitievergoeding gebruikt wordt voor de transitie van werk naar werk, wordt de besteedbaarheid van de vergoeding gekoppeld aan de infrastructuur van een ‘leven lang ontwikkelen’.
Werkgevers die voldoende hebben geïnvesteerd in bij- en omscholing, of die alles doen wat mogelijk is voor re-integratie, hoeven als het aan het nieuwe kabinet ligt, minder of helemaal geen transitievergoeding meer te betalen.
Die infrastructuur van ‘een leven lang leren’ bestaat echter nog helemaal niet. Al jarenlang wordt geprobeerd zo’n structuur in het leven te roepen, maar die bezweek telkens weer onder onwil en bezuinigingsmaatregelen. Ook ging er vaak geld naar nutteloze trainingen.
Het STAP-budget was het laatste debacle: de duizend euro per persoon ging niet zelden op aan een cursus op hobby-niveau; nieuwe bedrijfjes schoten als paddenstoelen uit de grond om een slaatje te slaan uit deze subsidie.
Hypotheek
Bovendien ligt besteden van de transitievergoeding aan scholing lang niet altijd voor de hand. Wie op zijn 64e ontslagen wordt, maakt zo weinig kans op een nieuwe baan dat scholing water naar de zee dragen is. Dan kun je beter met de transitievergoeding een deel van je hypotheek aflossen, of een pensioen-gat verzekeren. De duidelijkheid van het voorstel staat dus haaks op de behoefte aan een persoonlijke benadering: waar heb je op dit moment in je leven het meeste aan? Of de nieuwe regels werkelijk gaan doen wat ze beogen, is dus maar zeer de vraag.
Ineke Evink