Inloggen

Bij alles rond water en droogte vervullen de waterschappen een spilfunctie. Dijkgraaf Hein Pieper vindt dat we meer moeten samenwerken en luisteren. 
Van wie is water eigenlijk? 
“Het is geen kwestie van eigendom maar van eigenaarschap. Water is wat je noemt bonum commune, een ‘gemeenschappelijk goed’ dat ons allemaal aangaat en waarvoor we allemaal verantwoordelijk zijn. Er zijn meer van dat soort zaken: gezonde lucht bijvoorbeeld. Ieder mens heeft recht op een goed bestaan, en dat gaat niet zonder deze basisvoorwaarden. Onze Lieve Heer heeft ons deze planeet gegeven en daar moeten we samen zorg voor dragen.” 

De waterschappen spelen daarin een belangrijke rol.
“Ja, en dat doen ze al heel lang. De oorsprong van de waterschappen ligt in de renaissance van de twaalfde eeuw. Dat was een voorspoedige periode waarin ook het coöperatieve denken opkwam. Onder invloed van kloosters en abdijen groeide het besef van collectieve verantwoordelijkheid om have en goed te beschermen tegen het water, en om land in te polderen zodat er meer voedsel kon worden verbouwd. Daar komen de waterschappen uit voort. Het is wereldwijd uniek om dat zo te regelen. In andere delen van de wereld gebeurt dat deels collectief, deels door het bedrijfsleven of de staat, of door landeigenaren, zoals in de Verenigde Staten. Toch wordt water over het algemeen als collectief goed gezien. Zeker waar water schaars is, is dat altijd een gemeenschappelijke zorg.” 

Waterschappen moeten balanceren tussen belangen. Hoe doen ze dat? 
“Dat is al ingebakken in het systeem. In het bestuur van waterschappen wordt een deel van de landeigenaren vertegenwoordigd met vaste zetels. Landeigenaren zijn immers de mensen met de meeste grond. De overige zetels zijn vaste zetels voor de burgers, die mogen ze zelf kiezen. Dus die samenwerking is al geborgd.

Waterschappen moeten een balans vinden tussen de onderliggende waarden, en dat zijn natuur, voedselproductie, toerisme, wonen en veiligheid. Dat is best lastig, want soms vindt iemand dat zijn belangen niet goed behartigd worden. Het streven is altijd het bereiken van een optimum: het beste voor iedereen. Hoe dat in de praktijk plaatsvindt, hangt af van het heersende denken. Vroeger was dat het maakbaarheidsdenken waardoor men rivieren en beken is gaan kanaliseren. Het nieuwe paradigma is gebruikmaken van de mogelijkheden van de natuur, dus mét de natuur in plaats van ertegen.”  

De tendens is dat geborgde zetels worden afgeschaft.
“Die zijn inderdaad al afgeschaft voor bedrijven, onder het mom dat dat niet democratisch zou zijn. Maar dat is onzin. Ook geborgde zetels worden immers gekozen en ze hebben daarnaast niet de meerderheid. Ze kunnen dus altijd overruled worden. Als je goed kunt samenwerken met grondbezitters, borg je dat optimum dat je wilt bereiken.

Democratie lijkt soms alleen nog een kwestie van ‘de meerderheid beslist’ en ‘de burger kiest’. Maar democratie kent veel facetten, zoals rekening houden met de minderheid. Toen de christelijke partijen nog de meerderheid hadden, deden zij dat altijd. Maar dat lijkt voorbij te zijn.”

Al een aantal jaren wordt gezegd dat we van een systeem van water lozen naar een systeem van water vasthouden moeten. Hoe staat het met die omslag? 
“Dat inzicht is al veel ouder, dertig jaar geleden wezen professionals van de waterschappen daar al op. Dan moet er natuurlijk nog draagvlak voor komen, maar dat is wat anders. Bij veel lokale bestuurders dringt het nog niet door, die laten nog steeds huizen bouwen in broeklanden. We proberen nu rivieren weer te laten meanderen en bergingsgebieden aan te leggen. Tien kilometer rivier wordt dan twintig kilometer.

We stimuleren boeren om hun grond zo te onderhouden dat die langer water kan vasthouden, als een spons. Landgoederen worden anders ingericht, we gooien sloten dicht, vragen natuurbeheer om meer gemengd bos aan te planten, enzovoorts. We nemen tientallen maatregelen, en die gaan gepaard met goede gesprekken waardoor we mensen meenemen in het proces. We luisteren altijd naar goede ideeën, want de mensen die er wonen weten vaak wat wel en wat niet werkt. Zo bouw je zo’n gebied heel langzaam om tot een meer veerkrachtig gebied.

Wat het ingewikkeld maakt is dat we moeten inspelen op droogte én op buien, je moet water kunnen vasthouden én snel kunnen afvoeren. We hebben al honderden stuwtjes gebouwd, want als er een dikke bui valt, moet je dat water kunnen afvoeren. Echte extremen kun je echter nooit goed aan, dat is onmogelijk.”

Na stikstof komt een veel groter vraagstuk op ons af: waterkwaliteit. 
“Er komen steeds meer stoffen in het water die we er niet uit kunnen halen, zoals pfas-achtigen en microplastics. Medicijnresten kun je in principe nog uit het water filteren maar dan zou de waterschapsbelasting drie tot vier keer zo hoog worden. Er is dus bronaanpak nodig. Het bedrijfsleven moet die rotzooi gewoon niet produceren.

Maar we willen steeds allemaal vooraan zitten: het bedrijfsleven wil lekker winst maken, de burger wil weinig betalen. Dat is een maatschappelijk probleem, geen boeren-probleem, net als stikstof. Je moet dat niet bij één sector leggen, maar in de volle breedte. We willen immers ook onze voedselproductie houden, en de beste boeren ter wereld niet frustreren. We kunnen wel zonder vliegen, maar niet zonder voedsel.

Ja, boeren dragen veel bij aan zowel stikstof- als aan waterproblemen, en dat komt omdat wij dat van hen vragen. Ik geloof echter in de innovatiekracht van boeren. Er zitten te veel nutriënten in het water, maar met goed beleid kan dat een heel eind naar beneden. Je moet dat niet te juridisch aanvliegen, maar met innovatie. Er is ook een andere kijk op economie nodig. We moeten meer hergebruiken, meer laten repareren.”

Maken waterschappen burgers ook bewuster van waterbeheer? 
“Ja, dat doen we. ‘Weet van water’ heet dat bij waterschap Rijn en IJssel. Dat doen we met meer dan 400 partijen in ons gebied: woningbouwcorporaties, gemeentes, scholen, natuurorganisaties en zo meer. Er staat een Watermuseum in Arnhem waar we ieder jaar alle basisschoolleerlingen naartoe willen hebben. Maar het begint gewoon thuis met water opvangen, je tuin niet betegelen. Alle kleine beetjes samen helpen echt. Dat geldt ook omgekeerd. In ons gebied zijn inmiddels duizenden grondwaterpompen. Ook dat telt mee, maar dan negatief.” 

Is het denkbaar dat er ooit geen drinkbaar water meer uit de kraan komt? 
“Nee. Dat we te snel groeien is wel een probleem. Vitens kan de groei af en toe niet aan. In warme jaren is er soms te weinig druk. Watertekorten zijn dus wel voorstelbaar. Zeeland en andere kuststreken komen dan het eerst in de problemen, vanwege verzilting van de bodem. Waterschappen in het westen vroegen ons toen het zo droog was of we het water hier niet wilden vasthouden, omdat ze tegendruk nodig hebben. Maar dat deden we al niet, want we hadden helemaal geen water meer. In West-Brabant komt nu zelfs een ontziltingsfabriek. We mogen dus wel zuiniger zijn op water.”

Drs. H.Th.M. (Hein) Pieper (1962) is sinds 2011 dijkgraaf van waterschap Rijn en IJssel. Sinds 2019 is hij expert in de Horizon Mission Board, die de Europese Commissie adviseert over klimaatadaptatie en maatschappelijke transformatie. Hij was van 2016 tot 2022 president van de European Union of Water Management Associations (EUWMA), van 2015 tot 2021 vicevoorzitter van de Unie van Waterschappen en in 2009 en 2010 lid van de Tweede Kamer voor het CDA.

Dit artikel is eerder verschenen in ons magazine Verbinding, #3-2023. Verbinding is het informatiemagazine van Christen Contact Agrariërs (CCA) en CGMV agrariërs en verschijnt vier keer per jaar.

Beeld: Ivo Hutten